Dominantie

Dominantie

Lateraliteit duidt de kant aan van de dominante ledematen, zintuigen, organen of hersenfuncties. Het gaat hierbij om hersenhelften, handen, voeten, ogen en oren.

De kant die opvallend meer en beter gebruikt wordt is dominant. De dominantie staat pas vast ná de lateralisatie. Dat duurt tot de leeftijd van 8,5 jaar. Jongens zijn er vaak wat later mee dan meisjes.

De zenuwbanen tussen hersenen en zintuigen/ledematen zijn gekruist, dus de linkerhersenhelft stuurt de rechterhand aan.

Onder stress blokkeert vaak de niet dominante hersenhelft. Daarom is het ideale patroon is: alle zintuigen/ledematen aan één kant dominant en de hersenhelft aan de andere kant. Dus bijvoorbeeld linker hersenhelft, rechterhand, rechtervoet, rechteroog en rechteroor. 

Dominantie komt in alle variaties voor, in totaal zijn er 32 mogelijkheden. Als je pech hebt zitten alle dominante lichaamsonderdelen én de dominante hersenhelft aan dezelfde kant. Dit dominantiepatroon wordt vaak gezien bij kinderen in het speciaal onderwijs.

In beeld:

  
Sluit Menu