Fijne motoriek

Fijne motoriek

De fijne motoriek ontwikkelt zich in samenwerking met de ogen (oog-hand coördinatie). De pols, hand, vingers en duim maken kleine bewegingen om voorwerpen te grijpen en te manipuleren.

De fijne motoriek ontwikkelt zich stap voor stap en wordt steeds verfijnder. In het begin bewegen schouders, ellebogen en romp nog mee. Naarmate er meer geoefend wordt gebeurt dat steeds minder. Bewegingen in pols, vingers en duim raken steeds meer op elkaar afgestemd. Het tempo gaat omhoog, de kracht wordt beter verdeeld en de ruimtelijke organisatie is in orde.

De schrijfmotoriek is een onderdeel van de fijne motoriek.

Uitdagingen

Als de fijne motoriek zich niet zo goed ontwikkelt kunnen de bewegingen van pols en vingers los wel gemaakt worden. Juist de combinatie van de verschillende bewegingen levert problemen op.

Reflexen

Vaak zijn er mee-bewegingen, andere lichaamsdelen worden automatische meebewogen. Zo doet soms de andere hand mee, of zijn er bewegingen in de kaken, lippen of tong. Deze meebewegingen worden veroorzaakt door nog actieve primaire reflexen. De bewegingen zitten als het waren aan elkaar “vastgeplakt”.

Er zijn diverse primaire reflexen die geïntegreerd moeten zijn voor een goed ontwikkelde fijne motoriek. Met name de Hand Grasp ende Babkin Palmomental zijn erg belangrijk.

Kenmerken van een onvoldoende ontwikkelde fijne motoriek

  • Schrijven:
    • Slechte pengreep
    • Slordig handschrift
    • Geen vloeiende beweging
    • Kan het schrijftempo niet bijhouden
  • Hekel aan tekenen of kleuren
  • Geen duidelijke handvoorkeur
  • Vaak dingen omstoten of laten vallen
  • Kan niet goed knippen
  • Moeite met veters strikken
  • Moeite met knoopjes dichtmaken
  • Moeite om netjes te eten met mes en vork

In beeld:

Sluit Menu