Lateraliteit

Lateraliteit is het besef dat je een rechter- en linkerkant hebt. Het is een vaardigheid die ontwikkeld moet worden; dit proces heet lateralisatie. Vanaf een jaar of 4 gaat een kind lateraliseren. Lateraliteit heeft betrekking op de twee hersenhelften, handen, voeten, ogen en oren.

Een baby heeft nog geen besef van links en rechts. Handen en voeten worden evenveel gebruikt, vaak in bewegingen die elkaar spiegelen. Deze symmetrische fase duurt tot een kind ongeveer 6 jaar oud is.

Bij de lateralisatie wordt er een denkbeeldige verticale middellijn getrokken. Het uiteindelijke doel is dat links en rechts automatisch gekozen worden en onafhankelijk van elkaar kunnen werken. Linker- en rechterhelft van het lichaam krijgen hun eigen taken en werken steeds beter samen.

Dominante hand

Uiteindelijk komt er een duidelijke dominante voorkeurshand. Deze wordt leidend terwijl de andere hand de steunfuncties uitvoert.

Het is belangrijk dat een kind een voorkeurshand heeft als het gaat leren schrijven. Jammer genoeg is dat in ons onderwijssysteem lastig omdat  het schrijfonderwijs al begint voordat de lateralisatie is afgerond. Pas na de lateralisatie is de rechter- of linkerdominantie duidelijk. Het kind is dan rond de 8,5 jaar oud. Eigenlijk beginnen veel kinderen dus té vroeg aan het schrijfonderwijs.

Ditzelfde proces speelt zich af voor hersenhelften, voeten, ogen en oren gebeurt dat.

Een goede lateraliteit helpt:

  • Verfijning motoriek
  • Ruimtelijke oriëntatie
  • Werkrichting
  • Middellijn oversteken
  • Hogere cognitieve vaardigheden als lezen, schrijven en rekenen

Richtingen

Het systeem dat we gebruiken om onze plaats in de ruimte te bepalen (voor – achter – onder – boven – links – rechts ) steunt op de dominante lichaamshelft. Als de lateralisatie niet duidelijk is kan er verwarring zijn over richtingen als rechts en links, maar ook soms zelfs ook met voor, achter, boven en onder.

Lateraliteit heeft ook te maken met de aangeboren voorkeur naar welke kant je toe werkt. Van links naar rechts of van rechts naar links. In westerse landen wordt veel van  links naar rechts gewerkt. Gaat je aangeboren voorkeur de andere kant op kun je bij sommige taken het gevoel hebben dat je “tegen de stroom in” gaat.

Een kind kan op 8 tot 9 jarige leeftijd één kant op werken, met een begin en een einde. Daarna duurt het nog zo’n 2 jaar tot het kind twee kanten op kan werken.

Hersenen

Ons brein is verdeeld in twee helften, de linker en rechter hersenhelft. Deze worden gescheiden door de hersenbalk, het corpus callosum. Door de hersenbalk lopen enorm veel verbindingen waardoor beide helften kunnen samenwerken.

De hersenhelften hebben elk hun eigen specialisaties.

Linker hersenhelft kwaliteiten

  • Details
  • Analytisch, losse feiten
  • Bewust
  • Werk- en denkrichting naar rechts
  • Verbaal, talig
  • Kan één ding tegelijk
  • Rationeel
  • Werkt volgens plan
  • Goed besef van tijd

Rechter hersenhelft kwaliteiten

  • Overzicht, hele plaatje zien
  • Associatief, samenhang
  • Onbewust, voor-
  • bewust
  • Werk- en denkrichting naar links
  • Visueel, beweging
  • Multitasking
  • Spontaan, intuïtief
  • Werkt intuïtief
  • Slecht tijdsbesef

Als de samenwerking tussen linker- en rechter hersenhelft niet goed verloopt heeft dit gevolgen op alle vlakken. Leren, gevoel, sociaal, motorisch. Het systeem kan niet doen waar het voor bedoeld is, gaat onderpresteren en soms zelfs ontsporen.

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on whatsapp
Share on email

Tags:

Lopen, Schrijven, Lezen, Rekenen

Sluit Menu