Middellijn oversteken

De middellijn oversteken. Het klinkt eenvoudig, maar lang niet iedereen kan het! Het betekent dat de ledematen van de ene kant van het lichaam zich vrij kunnen bewegen in de ruimte van de andere heft van het lichaam.

Een kind leert de middellijn oversteken door beweging. Spelenderwijs leren ze dat het lichaam, een speelveld, of een bladzijde een middellijn hebben. Hierbij is het belangrijk dat de romp voldoende stabiliteit heeft en soepel bewogen kan worden.

Het oefenen zorgt voor sterke verbindingen in het corpus callosum, het gedeelte van de hersenen dat de linker- en rechter hersenhelft van elkaar scheidt. Hoe sterker deze verbindingen, hoe beter bewegen en leren gaan! Eén van beide handen krijgt meer oefening, wordt steeds sterker en ontwikkelt zich tot dominante hand. Een sterke hand draagt bij aan een goede fijne motoriek.

Bij het vermijden van het oversteken van de middellijn krijgen beide handen evenveel taken. De linkerhand doet alle taken aan de linkerkant van het lichaam, de rechterhand doet alle taken aan de rechterkant. Hierdoor krijgt de dominante hand niet de oefening die hij nodig heeft om de sterke hand te worden. Uiteindelijk heb je dan 2 “middelmatige” handen in plaats van een sterke en een zwakke hand.

Soms wordt er wél een dominante hand ontwikkeld maar wordt de middellijn toch vermeden. Dit kan bijvoorbeeld door het lichaam anders te positioneren of papieren zo te schuiven dat de middellijn vermeden kan worden.

Als je de middellijn nog niet kan oversteken heeft dat invloed op:

  • Algehele coördinatie
  • Bilaterale coördinatie (beide handen tegelijk kunnen gebruiken)
  • Voorwerp van de ene naar de andere hand doorgeven
  • Fijne motoriek
  • Lateraliteit (nog geen dominante kant ontwikkeld hebben)
  • Schrijven (de hand beweegt over de pagina)
  • Lezen (de ogen moeten de middellijn over)
  • Herkennen van figuren en symbolen
  • Tekenen van vormen of letters die kruisende lijnen, diagonale en horizontale lijnen bevatten
Sluit Menu