Reflexen, prikkels en impulsen

Reflexen, prikkels en impulsen

Een reflex is een automatische bewegingsreactie op een prikkel. Deze reactie is onbewust, zonder dat je erover na hoeft te denken. De grote hersenen worden er niet bij betrokken, wat de reactietijd kort houdt. 

Dit in tegenstelling tot gewone, bewuste reacties, waar je over nadenkt. De reactietijd is langer doordat er altijd vele honderden schakelcellen betrokken.

Reflexen zijn aangeboren en automatisch. Ze vormen en besturen het zenuwstelsel. De meeste reflexen een beschermende functie. Zo trek je bijvoorbeeld automatisch, zonder erover na te denken, je hand terug als je per ongeluk een hete kachel aanraakt. Soms kunnen we er wel invloed op uitoefenen. Een voorbeeld hiervan is het terugtrekreflex. Je kunt dit als het ware uitschakelen bij een bloedprikje in je vinger.

Bij dieren met een eenvoudig zenuwstelsel wordt een groot deel van het gedrag geregeld door reflexen. Bij de hogere diersoorten zorgen de reflexen ook voor het handhaven van de lichaamshouding en als bescherming van het lichaam.

Prikkels en impulsen

Het begint allemaal met een prikkel van buitenaf die wordt waargenomen door onze zintuigen. Dat kan geluid zijn, geur, of licht. De opgevangen prikkel wordt door een receptor omgezet in een impuls, een electrisch stroompje dat wordt doorgegeven aan een zenuwcel. 

De zenuwcel vervoert de impuls via een vaste route naar de motorische neuronen die vervolgens een beweging activeren. Impulsen zijn altijd gelijk qua intensiteit, alleen de frequentie verandert. Bij een hard geluid bijvoorbeeld, worden er door de hoorreceptoren méér impulsen verzonden. De prikkeldrempel van de zintuigcellen zelf kan per persoon verschillen.

Zenuwcellen raken elkaar niet aan. De impulsoverdracht verloopt via de synapsen. Deze zetten het electrische impuls om in neurotransmitters. De neurotransmitters kunnen zorgen voor de opwekking van een nieuw impuls of bijvoorbeeld de samentrekking van een spiercel.

De snelheid van de impulsoverdracht kan verschillen. Deze is afhankelijk van 

  • diktes van de axonen (neuronuitlopers). Hier geldt: hoe dikker hoe beter. 
  • de aan- of afwezigheid van een myelineschede

De reflexboog

De route die een impuls aflegt wordt ook wel een reflexboog genoemd. Doordat de grote hersenen niet worden ingeschakeld, is de route kort! Afhankelijk van de prikkel gaat het impuls via de ruggenmerg of de hersenstam. Dit bepaalt mede de reactietijd, alsook het aantal synapsen.

Het impuls neemt de volgende route:

  • zintuigcel
  • sensorisch neuron
  • schakelcellen in ruggenmerg of hersenstam
  • motorisch neuron
  • spier- of kliercel
Sluit Menu